18 maart 2026
Na de prijsdalingen in 2022 en begin 2023 gingen de woningprijzenvanaf de zomer van 2023 weer omhoog. In het eerste herstelkwartaal, het derde kwartaal van 2023, waren de sterkste prijsstijgingen vooral te vinden in de stedelijke regio’s. Groot-Amsterdam noteerde in dat kwartaal met 4.5 % de grootste stijging van alle COROP-regio’s. Ook de regio’s Alkmaar en Het Gooi en Vechtstreek behoorden tot de snelste stijgers. Op gemeentelijk niveau was hetzelfde patroon zichtbaar. Amsterdam voerde de lijst aan, gevolgd door gemeenten als Amstelveen, Purmerend, Diemen en Haarlemmermeer.
Die eerste opleving past in het beeld dat duurdere en meer gespannenwoningmarkten in de Randstad vaak sneller reageren op veranderende marktomstandigheden. Juist in de stedelijke regio’s was de prijsdaling in 2022 en begin 2023 relatief stevig, waardoor er ook ruimte was voor een sneller eerste herstel. In regio’s als Zuidwest-Overijssel en Noord-Friesland was in het derde kwartaal van 2023 zelfs nog sprake van een lichte daling ten opzichte van het kwartaal ervoor.
Kijkend naar de hele herstelperiode sinds het derde kwartaal van 2023is het beeld duidelijk verschoven. De gemiddelde woningwaarde in Nederland steeg in deze periode met bijna 24 %, maar de grote steden behoren inmiddels niet meer tot de kopgroep. Sterker nog, Amsterdam is van alle gemeenten, de gemeente met de kleinste prijsstijging sinds de zomer van 2023. De gemiddelde woningwaarde steeg daar met “slechts” 15 % over de gehele periode en daalde in het afgelopen kwartaal met 0.7 %. Ook Rotterdam blijft met bijna 19 % duidelijk achter bij het landelijk gemiddelde en liet het afgelopen kwartaal een kleine daling van 0.1 % zien.
Daartegenover staan gemeenten als Midden-Drenthe, Noordenveld, Pekelaen Tynaarlo. Hier stegen de prijzen het afgelopen kwartaal met meer dan 2 %. Sinds het dieptepunt in het tweede kwartaal van 2023 bedraagt de totale prijsstijging daar bijna 30 %. Daarmee ligt de prijsontwikkeling in deze gemeenten flink hoger dan in de grote steden in het westen van het land.
Op regionaal niveau is dezelfde verschuiving zichtbaar.Groot-Amsterdam laat over de hele herstelperiode de kleinste stijging zien van alle COROP-regio’s: ruim 17 %. Daartegenover staat de regio Utrecht met een stijging van bijna 29 %, gevolgd door Noord-Drenthe en Oost-Groningen met stijgingen van bijna 28 %.
In ruim 62 % van de 342 gemeenten was de prijsstijging in het tweedehersteljaar na het dieptepunt groter dan in het eerste jaar. In de overige 38 % van de gemeenten was juist het eerste hersteljaar sterker. De opleving was dus in de meeste gemeenten niet direct volledig zichtbaar, maar zette juist later sterker door. In het eerste hersteljaar waren het vooral Utrecht en de omliggende gemeenten die opvielen. Utrecht zelf steeg in dat eerste jaar met ruim 17 %, terwijl ook Nieuwegein, Amersfoort, Veenendaal, Baarn en Soest zeer sterk presteerden. In het tweede hersteljaar verschoof het zwaartepunt verder naar gemeenten buiten de grote stedelijke kern. Gemeenten als Culemborg, Tiel, Borger-Odoorn, Aa en Hunze, Buren en West Betuwe voerden toen de ranglijst aan. Ook veel Groningse en Drentse gemeenten stegen in die periode sterk.
Opvallende regio’s van het herstel zijn de sterke prijsontwikkelingenin Groningen en Drenthe. In de eerste herstelmaanden behoorden verschillende regio’s in de provincie Groningen al tot de kopgroep van regio’s waar de prijzen weer aantrokken. Daarna zette deze ontwikkeling door. In 2025 lagen de sterkste kwartaalstijgingen veelvuldig in Oost-Groningen, Delfzijl en delen van Drenthe. De gemeente Groningen noteerde in de periode een prijsstijging van ruim 28 %. Assen had ook een prijsstijging van ruim 28 % en was daarmee de grootste stijger in Drenthe. Deze ontwikkeling zien we veel minder terug in andere randgebieden, zoals Zeeland en Zuid-Limburg. Hoewel daar ook sprake was van herstel, bleef het tempo duidelijk lager. In Zeeuwsch-Vlaanderen en Overig Zeeland was de prijsstijging sinds medio 2023 met respectievelijk 18 % en 20 % juist relatief beperkt.
Binnen de grote steden valt vooral Utrecht op als uitzondering.Amsterdam kende na de prijsdaling weliswaar een snel eerste herstel, maar bleef daarna duidelijk achter. Utrecht laat juist het tegenovergestelde beeld zien. De stad kende na de dip met name in 2024 een zeer krachtig herstel en is met afstand de sterkste stijger onder de grote gemeenten. Tabel 1 laat de prijsontwikkeling van de 4 grote steden en 4 meer perifere gemeenten zien in de periode medio 2023 tot en met eind 2025.
| Gemeente | 2023 K3 | 2025 K4 | 2023 K3 - 2025 K3 |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | 4.7 % | −0.7 % | 15 % |
| Rotterdam | 1.1 % | −0.1 % | 19 % |
| Utrecht | 3.9 % | 0.2 % | 32 % |
| ’s-Gravenhage | 2.5 % | −0.6 % | 24 % |
| Noardeast-Fryslân | −0.6 % | 2.5 % | 24 % |
| Midden-Drenthe | 0.7 % | 2.5 % | 28 % |
| Tytsjerksteradiel | −0.8 % | 2.2 % | 24 % |
| Westerveld | 0.3 % | 2.4 % | 26 % |
Sinds de dip in het tweede kwartaal van 2023 is de gemiddeldewoningwaarde in Nederland met bijna 24 % gestegen, van € 434000 naar € 537000. Het herstel begon zichtbaar in en rond de grote steden, met name in de regio Amsterdam. In de periode daarna is het zwaartepunt verschoven. Inmiddels zijn het vooral Utrecht, Groningen, Drenthe en diverse meer landelijke gemeenten die de sterkste prijsstijgingen laten zien, terwijl Amsterdam en Rotterdam achterblijven. De recente prijsontwikkeling laat daarmee zien dat het herstel van de woningmarkt weliswaar grootstedelijk begon, maar zich daarna vooral heeft verplaatst naar de rest van Nederland.